Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
3fi weldadigheid,
De kinderen bedachten zich daarop een wei-
nig, en zeiden toen: „ Moeder! wij willen
„ niet gaan varen, w^ zouden toch niet ver-
„ genoegd wezen, als wij aan die arme men-
„ fchen dachten." «— „ Zal • het u niet berou-
„ wen? vroeg de moeder. „ Neen zeker
„ niet!" riepen de kinderen eenparig. Zij
gingen, en haalden brood en melk, en brag-
ten het aan de uitgehongerde kleinen, en voor
den ouden man bragten zij een glas brande-
wijn en een ftuk vleesch. O, hoe blijde
waren die arme menfchen! En toen zij nu
vernamen, dat zij met een rijtuig naar de moei
zouden gebragt worden, en daarenboven nog
eenig geld ontvangen, toen begon de oude
man te weenen, en de arme vrouw zou den
kinderen baast te voet zijn gevallen.
Het berouwde dezen niet, dat zij hun ver-
maak hadden opgeofferd. „ O!" zeiden zij
des avonds tot hunne moeder, „ wij zgn daar-
„ om niet minder vrolijk geweest, offchoon
„ wij niet gevaren hebben." De moeder om-
armde hare goede kinderen, met tranen van
vreugde. „ Handelt immer zoo," zeide zij',
y, en gij zult fteeds bevinden, dat het geen
klein vermaak is, als men zijne genoegens
opolFert, om aan ongelukkigen wel te doen."
XIII.