Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
göedhbid, enz; 33
en twee kinderen, die allen hongerig en uitge-
teerd fchenen, en met gefcheurde lompen om-
hangen waren. De vrouw bad den kinderen
flechts om een ftukje brood voor hare kleinen j
en om een lapje linnen, om den gekwetsten
voet van haren vader daarmede te verbinden.
De oude man had geene fchoenen aan, en had
zich een' doorn in den blooten voet getreden*
Die voet was daarvan zeer opgezwollen, en hij
kon toen bijkans niet nieer van zqne plaats ko-
men. Afgemat zeeg hij op eene grasbank neder,
die digt bij het huis der kinderen aan den weg
gelegen was. Toen de moeder om brood voor
hare kleinen vroeg, zagen dezen de kinderen
met zulke biddende gelaatstrekken aan, dat men
wel raden kon, hoe hongerig zij waren. Lotje
en krisje moesten bijkans weenen, toen zij de
arme kinderen en den zwakken ouden man aan-
zagen. Zij deelden terftond onder de kleinen het
brood uit, dat zij voor de reis bij zich hadden
geftoken; en „ wacht flechts," riepefi zij,
„ wij willen het moeder zeggen, die zal u
„ nog wel meer geven," — en daarmede zoch-
ten zij hare moeder op.
De moeder kwam bij de lieden, en noodigde
hen, om op eene bank voor haar huis te gaan
zitten. Toen vroeg zij, waar de lieden van-
daan kwamen? en de vrouw zeide, dat haar
C man