Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
iS. w e l d a d i c h e i ü,
y, eens in aanmerking," dus vervolgde hij,
„ hoe het daar den gierigen man, mijnen
„ nabuur, grondijs gaat. Geen mensch wil
„ gaarne voor hem arbeiden, Hij is elk oogen-
y, blik verlegen, waar hij werklieden voor den
y, oogst, den hooibouw of anderen arbeid,
„ vinden zal. Ik heb nooit gebrek aan werk-
„ volk, en ik moet zeggejn, de meesten arbei-
„ den voor . mij zoo vlijtig en trouw, dat ik
i, het niet beter verlangen kan. Neen, ik help
y, en dien de menfchen zoo veel ik kan! En
ji. al waren zij nu ook niet dankbaar; men moet
V, immers geene bloote erkentenis beoogen! —
yi Wie weet eindelijk, waar de lieden ons we-
il, derom van dienst kunnen wezen?"
De Heer vrijdag ondervond weinige dagen
daarna, hoe zeer hij gelijk had.; In de ftraat,
waarin hij woonde, onftond een zware brand.
De wind dreef de vlam met alle magt naar zqn
huis, en naar dat van zijnen nabuur. Toen
kwamen er van alle kanten menfchen toevliegen,
die hem al zijn goed hielpen redden, terwijl
niemand naar het huis van zijnen nabuur omkeek.
Hat dcleinfte aantal dier' lieden beftond uit men-
fchen, die hij welgedaan had; maar de meesten
beminden hem evenwel juist, omdat hq zoo gaar-
ne weldeed; en daarom hielp een ieder hem
gewillig het zijne redden.
De