Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
O WAAR, OF ONWAAR.
de lucht, om beter om zich henen te kunnen
zien.
6. Negen kinderen hadden in twee dagen niets
gegeten, en leden veel honger. Toen vonden
zij eenen appel; dien deelden zij onder elkan-
der, en daarmede verzadigden zij zich allen.
7. Bij eene groote hitte werd allerlei ooft
rgp, en de rivieren vroren digt: maar zij
ontdooiden wederom in den harden winter, die
er op volgde.
8. Een jong kalf vond op een grasveld, dat
in een woud lag, een' grooten wolf; en, daar
het juist zeer hongerig was, at het hem op.
9. Een jonge knaap wilde vogels vangen.
Hij hield hun brood voor. Toen kwamen zij
allen van zelf aanvliegen, en lieten zich gewil-
lig vangen.
10. Negen van die vogels konden op éénen
dag een fchepel gierst opeten.
11. Een ftomme zat op eenen weg, en be-
delde. Een voornaam man vroeg hem, wat
hem deerde. „ Ach, ik ben ftom!" zeide hij,
en boezemde dien man zoo veel medelqden in,
dat dezelve hem veel geld gaf.
12. Zes doove lieden kwamen in eene her-
berg, waar eenige Muzikanten hunne kunst uit-
oefenden. De muzijk, welke die menfchen
maakten, klonk in het oor der gezegde zes lie-
den