Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERKLARING VAN WOORDEN. lóp
„ naam is, zult gij mflookligtelijkkunnen zeggen,
„ wat onaangenaam is," zeide de Heer ernst.
Karel. Hetgeen mij niet welgevalt.
Vader. Regt zoo. Wanneer de kleine fre-
derik de viool neemt, die gq hem onlangs ge-
fchonken hebt, en met den ftrijkftok daarop zoo
hard krast als hq kan, gevalt u dit wel?
Karel. Neen, het is mij onaangenaam.
Vader. Maar veroorzaakt dat krasfen u dan
misfchien fmart?
Karel. Neen, fmart veroorzaakt het mQ niet.
Vader. Wat veroorzaakt het u dan?
Karel wist het woord niet te noemen. Toen
zeide zqn vader; „ gq weet het regte woord
„ flechts niet te vinden. Ik zal het u zeggen.
„ Ongenoegen veroorzaakt het u. Wat is der-
„ halve onaangenaam?"
Karel. Hetgene mij ongenoegen veroorzaakt.
Vader. Waarmede gevoelt gij dat?
Karel. Met de zinnen.
Vader. Maar gij gevoelt het vast niet terftond ?
Karel. Ja, ik gevoel het aanftonds, op het
oogenblik, onmiddellijk, zoo dra hq maar be-
gint te krasfen.
Vader. En behoeft gij u niet misfchien vooraf
daarover te bedenken, of het u ongenoegen ver-
wekt , of onaangenaam is ?
Karel. O, dat heb ik in het geheel niet
noodig; ik gevoel het immers!
P s Nu