Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verklaring van woorden. lóp
Vader. Gij kunt hem u derhalve wel voor-
ftellen, als of gij hem voor u zaagt, met zqne
grootte, gedaante, kleur, met zijn' fpitfen fiiuit,
en met zijne haren ?
Karel. Dat kan ik zeer wel.
Vader. Gij ziet derhalve, dat men ook din-
gen kennen kan, als of zij voor ons Itouden, en
als of men ze zien kon, al heeft men ze nooit
gezien.
Vader. Kunt gij u na alle dingen wel zoo
voordellen, als den vos, even als of gij ze voor
oogen hadt ? Antwoord wat fchielijk.
Karel. O ja, dat kan ik wel.
Vader. Weet gij wel wat valschheid is?
Karel O ja, dat weet ik; gij hebt het m|
onlangs ontwikkeld.
Vader. Gij kent haar derhalve. Nu,ftelhaai
u toch eenmaal zoo voor, als uwen vos.
Karel. (iVa eenig bedenken.') Vader! dat
gaat niet 1
Vader. Niet ? Wel nu, zoo is het met vele
andere dingen ook; wij kennen ze wel, maar zij
kunnen zoo niet van ons gekend worden, als of
zij daar voor ons ftonden, zoo als een hond,
een paard. Dergelqke dingen zijn geleerdheid,
deugd, ondeugd, nuttig, fchadelijk, hatelijk,
enz. Zulke dingen kent men flechts daaruit, dat
O 5 men