Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verklaring van woorden. lóp
waarworden. Gij wordt derhalve de dingen ge-
waar. Waardoor?
Karel. Door de zinnen.
Z^'n vader toonde hem nu nog omftandiger
uit vele voorbeelden, hoe hij de kleur, de
geftalte der dingen, de warmte en koude, de
vastheid en weekheid der ligchamen, enz. door
de zinnen gewaar werd. Nu voer zijn vader
voort: „ Hoe legt gij bet toch aan, om die
„ dingen gewaar te worden?"
Karel. Dat weet ik niet, kunt gij het
mq zeggen?
Vader. Niet duidelijk. Maar wanneer gij iets
gewaar zult ^'worden, moeten dan de dingen, die
u omringen, geene wer|{ing op u doen? Bij
voorbeeld, als gij een fterk geluid hoort, kan
dat plaats grepen, zonder dat het op uw gehoor
werkt? Of wanneer gij proeft, dat de fuiker zoet
is, moet dat geene werking op uwen fmaak doen?
Karel. Ik geloof, dat dit zoo is.
Vader. Nu, deze werking, of deze verande-
ring , die de dingen in ons voortbrengen, noemt
men een' indruk, en zoodra gij denzelven
merkt, hoe noemt gij dat dan? — Als gij merkt,
dat eene bloem ruikt, hoe noemt gq dat ?
Karel. Ik word dan reuk ontwaar.
Vader. Al wie nu in het geheel geene zin-
nen had, wie doof, blind, zonder reuk en fmaak
en