Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
174 verklaring van woorden."
Vader. Kunt gij de kleuren van eene bk)etn
ook zien, ook rieken hoe dezelve, of eenige
fpjjs ruikt, proeven, of iets zuur of zoet is?
Karel. O, ja, dat kan ik zeer gemakkelijk.
Vader. Maar waarmede doet gij zulks dan?
Karel. Waarmeê — wel, met het oog zie ik;
met het oor hoor ik; met de tong en met het
gehemelte proef ik, en met den neus riek ik.
Vader. Gq hebt derhalve gezigt, gehoor,
fmaak, reuk, en ook gejoel. Zie, dat zijn juist
de zinnen. Maar gq zult ze nog beter leeren
kennen, als gij u te binnen wilt brengen, waar-
toe zq u dienen. Indien gij geene zinnen hadt,
zouden vele dingen u dan niet onbekend blijven?
Karel. Vader! ik weet het niet.
Vader. Zoudt gjj de kleuren der bloemen
wel kennen, zoo gij niet kondet zien? Of
zoo gq niet rieken kondet, zoudt gq dan den
verfchillenden reuk der bloemen kennai ? Of
wanneer gij eens geen' fmaak hadt, zoudt gij
weten, wat zoet of zuur was? Of wanneer
gij niet hoordet, zoudt gq den toon van een
orgel of eene klok kennen?
Karel. Neen, dat zou ik niet.
Vader. Nu , waartoe dienen u derhalve uwe
zinnen ?
Karel. Ik leer de dingen daardoor kennen.
Vader. Eigenlp noemt men dat flechts ge-
waar-