Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
176 verksLaring van woorden.
„ eene foort wezen, als ik reeds heb." — „ Regt
„ zoo. Het moeten gelijkfoortige dingen zijn.
„ Derhalve vermeerdert men iets ?" — „ Als
y, men er dingen van eene gelqke foort bijvoegt
antwoordde karel; en nu viel het hem ook
ligt te zeggen, wat verminderen was.
Kenteeken. — Karel en frederik hadden
met hun beiden twee boeken van eenerlei aard.
In het eene ftond, wat in het andere ftond;
Of zij waren van eenerlei inhoud. Het eene
was even groot en even dik als het andere.
Ook hadden zij eenerlei band. Eenmaal was fre-
derik onzeker, welk van beiden zijn boek was.
„O!" fprak karel, „ dat zal ik u wel ter-
„ ftond zeggen: — ik heb aan mijn boek een
„ kenteeken: het heeft aan den binnenkant van
„ het eerfte blad, een klein vlekje."
„ Gij weet derhalve, wat een kenteeken is,"
zeide karels vader? en z|jn antwoord was:
„ ja, datgene, waaraan men een ding kent." —
y, Maar," vroeg zijn vader verder, „ zoudt
„gij dan uw boek gekend hebben, als gij
„ het niet van dat van frederik hadt kun-
„ nen onderfcheiden?"
Karel. Neen, dan had ik het niet kunnen
onderkennen. Ik onderfcheid het juist aan mijn
kêiiteeken, aan het vlekje.
Va-