Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verklaring van woorden. lóp
zoo als karel dacht, ligt te raden. „ Ver-
„ meerderen;'' zeide hg, „is nog iets bjj een
„ ding voegen, en verminderen is iets daarvan
„ afnemen." — „ Welzoo!" zeide zgn vader.
„ Geef mij toch uwe beurs eens hier. lic wil
„ uw geld, naar uwe uitlegging vermeerderen."
Karel gaf de geldbeurs, en zgn vader ftak
eenige notendoppen daarin. „ Nu, karel !"
zeide hij lagchende, terwijl hij hem de beurs
weder terug gaf, „ nu heb ik uw geld ver-
„ meerderd; ik heb er iets bijgevoegd." —
„ O vader! gij fchertst! geld hadt gij moeten
„ geven." — „ Ja," zeide zgn vader, „ daar-
„ van hebt gij mfl niets gezegd; gg zeidet
„ flechts in algemeene bewoordingen: „ ver-
„ „ meerderen is nog iets bij een ding te voe-
„«gen.»»
Thans merkte karel wel, dat hg zich niet
duidelijk genoeg had uitgedrukt. Hij bedacht zich.
„ Karel !" zeide zijn vader, „ als ik bij uw
„ geld eenig koren voegde, zou ik het dan
„ vermeerderen? of wanneer ik in een' zak vol
„ koren eenig geld ftak, zou ik dat koren dan
„ vermeerderen? — Niet? Van welken aard
„ moeten dan de dingen zijn, waarmede ik
„ het geld, of het koren, zou kunnen ver-
„ meerderen ? " Zie, nu heb ik het," zei-
de karel: „ het moeten ook dingen van zulk
N - eene