Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERKLARING VAN WOORDEN. lóp
daarbij heen en weêr te loopen; en evenwel
y, «egt gij, als gij moede daarvan zijt, niet, dat
„ gij zoo veel gearbeid hebt." — „ O!" zei-
de karel, „ dat doe ik ook flechts uit ver-
maak." — „ Of om u te verlustigen," voeg-
de zijn vader daarbij. „ Zie, daar zit het juist:
„ als men iets doet, enkel om zich te verlusti-
„ gen, al moet men zijne vermogens daarbij een
„ weinig infpannen, is dat wel arbeid?" —
„ Neen, dat is fpel. O! nu weet ik ook,
„ wat arbeid is: als men iets doet, om iets
„ nuttigs te bewerkftelligen." — „Ja, zoo om-
„ trent," zeide zijn vader; „ wanneer gij een
„ ernftig oogmerk hebt; wanneer gy iets gewig-
„ tigs , daardoor doen of leeren wilt, en... ? "
Karel. £n het valt mij niet heel ligt.
Vader. Regt zoo, karel! want als het
heel ligt valt, dan noemt men het doorgaans
flechts bezigheid, al is het ook eene zeer ern-
flige zaak.
Nijd. — De kleine kristiaan was als een
zeer nijdige knaap bekend. Hij mogt het niet
gaarne hooren, als er van een' ander gezegd werd,
dat dezelve een beter kleed, een fchooner boek
had, dan hij. Al wat een ander verblijdde,
verdroot hem, „ Gij hebt eene hatelijke geaard-
„ heid zeide zqn leermeester; „ het {Irelct u
H tot