Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
176 VERKsLARING VAN WOORDEN.
vader, geene uitfpraak doen. Het onderfcheid
fcheen hem zoo duidelijk, en evenwel wist hij
het niet op te geven.
„ Als sultan," zeide zijn vader, „ al wat
„ hem voorgezet wordt, opflokt, zonder veel
„ er op te letten, of het vleesch, of foep,
„ of brood is, en bijkans nooit genoeg heeft,
^ dan zult gij hem vast niet Ukker noemen. Als,
„ integendeel, de kater, al heeft hij ook nog
„ zoo veel vóór zich,' evenwel niets aanroert,
„ omdat het hem niet aangenaam en fmakelijk
„ genoeg is , of zich, uit een pnsch bord vol,
„ de beste brokjes uitzoekt, zult gij vast niet
„ zeggen, dat hij gulzig is."
Nu was KAREL er volkomen achter.
Bewonderen, verwenderen. — „Ik bewonder
„u heden» lieffte vader!" zeide karel, op
zekeren morgen, „ dat gij daar zoo ledig zit,
„ daar gij u anders terftond aan uwe werktafel
„ begeeft." «t Mijn zoon! gij verwondert u
„ flechts," antwoordde de Heer ernst.
Karel merkte wel, dat zijn vader regt had,
en dat iemand te bewonderen vast iets anders wa-
re, dan zich verwonderen.
„ Waarom verwondert gij u daarovèr, dat ik
„ ledig zit? Niet waar, omdat gij het zoo zel-
„ den van mij ziet? Het is voor u iets onge-
„ woons,