Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verklaring van woorden. i49
bet was, wanneer de lieden zeiden: „ die of
„ die is, in zijnen kring , een "welgegoed of rijk
„ man," en dat twee menfchen evenvesl heb-
ben Itonden, en de eene intusfchen arm, en de
andere welgegoed, zijn kon.
Eergierigheid. — Vader," vroeg karel op
zekeren dag, „ wat is toch eergierigheid? Daar
„ heb ik juist van een' mensch hooren zeg-
„ gen , dat dezelve eene buitenfporige eergierig-
„ heid heeft aan den dag gelegd."
„ Zoudt gij wel willen," antwoordde zijn
vader, „ dat uwe ouders, leeraars, medeleetlin-
„ gen ,. en allen, die u kennen , u voor vlijtig ,
„ welgemanierd, welgevallig, enz. hielden, of
„ niet? Als zij u daarvoor hielden, zouden zij
„ dan eene voordeelige of eene nadeelige mee-
„ ning van u hebben?" Het antwoord van ka-
rel op deze beide vragen was ligt te raden.
„ Nu," voer zijn vader voort: „ als zij u nu
„ voor zulk eenen vlijtigen, welgemanierden
M knaap hielden, zou dit u niet tot eer verftrek-
„ ken?" Wel zeker!" zeide karel. „ Wel-
„ nu, denk dan toch eens na, waarin. de eer
„ eigenlek beftaan moge."
Karel begreep weiiiaast, dat het hem tot
fcliande ftrekken zou, wanneer men hem weinig
goeds., of zelfs veel kwaads toefchrqef, (na-
L 3 dee-