Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
156- i^èrkxaring van woorden.
M vers en meren. — Maar nu, karel! waarin
„ is het onderfcheid gelegen?" karel vond
hetzelve welhaast. Hij dacht daaraan, dat de
rivieren fteeds voortliepen, maar de meren en
vqvers ftilftonden. -- Waarin is derhalve het
onderfcheid gelegen?
Karel werd verder gevraagd: „ waarin zQn
y, intusfchen beken, rivieren en ftroomen on-
„ derfcheiden ?" — „ Het zijn alle drie ftroo-
„ mende waters," zeide hij. Hq bedacht zich
dan, en merkte welhaast, dat het onderfcheid
in de grootte gelegen wezen moest. Hij had
„ eens met zijnen vader eene kleine reis gedaan,
en herinnerde zich, hoe klein de loopende wa-
teren waren, die de menfchen beken noemden, en
dat er flechts kleine bruggen over lagen. Daar-
entegen waren de rivieren grooter, en men had
groote bruggen daarover gelegd, of men voer
met ponten daarover. En de brèedfte van alle
rivieren, waarop zelfs eenige groote fchepen heen ^
en weder zeilden, hadden de menfchen een*
flroom genoemd.
Poel, vijver, meer. — Het onderfcheid tus-
fchen een' poel, vijver, en meer, vond karel
ligtelijk. Het was juist zomer, en het water,
dat er voorheen op eenige lage plekken had ge-
ftaan, was voor lang opgedroogd; maar, in de
vq-