Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERKLARING vAN WOORDEN. i49
„ terhuis, die in geene 2es weken gearbeid
„ heeft, lui?"
Karel. Dat durf ik niet zeggen! Die arme
vrouw kan immers niet arbeiden?
Vader. Maar nu, maarten daar ginds, die
zal toch wel vlgiig zijn; want hij arbeidt immers
altijd ?
Karel. Neen, vlijtig is hij evenwel niet;
want hij doet niet gaarne iets. Alle menfchen
noemen hem ook den luijen maarten.
Vader. Nu , zeg dan zelf eens hoe het is.
Menig een arbeidt niet, en is echter niet lui;
en menig een arbeidt, en niemand wil erkennen,
dat hij vlijtig is. Bedenk u eens; zou de zieke
katrijntje wel wenfchen, dat zij arbeiden
kon? En zou maarten hetzelfde ook wel
wenfchen ?
Karel. Vader! Katr^jntje heeft altijd lust
tot arbeiden gehad. Ik weet zeer wel, hoe vlij-
tig zQ anders was. Maar, daarentegen was
maarten het nooit. — „Nu," zeide de Heer
ernst , „ daar hebt gq het immers zelf ge-
„ zegd , wat eigenlp lui en vlijtig is. „ Ei,"
riep karel, „ dat liad ik niet gemerkt; maar nu
„ zie ik het wel in: het komt daarop aan, of ie^
„ mand gaarne iets doet." — „ Als hij, amelnijk,
„ flechts kanvoegde karels vader daarbij.
ka Gc'