Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ÏI2 VERHALEN.
Het edele mensch betaalde de fchuld, en gaf'
het overige aan den bevrijden vader, opdat
deze ziin bedrijf wederom mogt tot fiand bren-
gen. Daarna zocht de matroos, wel te moede,
zijn fchip weêr op.
Op een' donkeren avond werd, in eene enge
ftraat der groote ftad Parijs , een jong mensch
aangerand met de woorden: „ uw beurs, of
„ uw leven!" De jongeling meende, uit den
toon en de bewegingen, waar te nemen, dat die
roover nog geen geoefende booswicht was: „ On-
„ geluitkige!" zeide hij tot denzelven, „ wie zijt
„ gij? wat wilt gij van mi,i?" — „ Ach!" zeide
het mensch, al fidderende, „ ik verlang niets
„ van u. Ik, ben een arme fchoenmakers - knecht,
„ die met 'touw en kinderen van honger fter-
„ ven moet."
De jongeling vernam naar zijne woning, die
boven een' bakker was, en ging met hem daar-
heen. De bakkers - vrouw ftond juist in den win-
kel; aan deze vroeg hjj, of zij den man kende,
en of dezelve zoo arm was? Toen de vrouw op
beide vragtn ja antwoordde, vroeg hij verder,
waarom zij hem geen brood paf? „ Miju Heer! "
antwoordde deze, „ wij hebben dit beroep nog
„ niet lang gedreven, en kunnen niet veel bor-
» gen»