Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
■ 9(5 FABELEN.
En krqgt tot antwoord: 't zal u zeker weinig baten,
„ Zoo gij u op mijn' bijftand wilt verlaten.
„ Ik fidder even zeer voor 't hondenras, als gij:
„ Maar daar 's een veulen, kruip dat moedig dier
„opzij!"
Nu fprak het veulen: „ zoo wij zamen bijftand
„ vonden,
„ Trotfeerde ik met u gaarn het bitsch geweld der
„ honden;
„ Maar thans moet ik hen waarlijk fchromen.
„ Daar zqn zij! fiks den weg naar 't bosch ge-
„ nomen
„En, zoo uw dood ons Icheiden mag,
„ Wensch ik u hartlijk goeden dag!"
33. De beeren-huid.
Twee jonge handwerksgezellen, die op hun
ambacht reisden, kwamen ook in Polen. Daar
was weinig voor hen te verdienen. En hun geld,
en hunne vrolijkheid, waarin zi] voorheen zoo
rijk waren, nam fchielijk af. Tot hun geluk
was een bontwerker zeer goedwillig jegens hen,
en gaf hen beiden kost en inwoning.
Op denzelfden tijd was er, in het naastgelegene
woud, een groote beer, die veel onheils aan-
rigtte, en alle reizigers vrees aanjoeg. „ Heer
„ waard!" zeiden de handwerksgezellen, „ nu
„ wil-