Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
fabelen. 95
Het vledermuisje. Heer vos! daar gij mij
zoo veel eer bewgst.
Vrees ik, dat gq mij flechts uit loutre valsch-
heid prijst.
De vos. Uit valschheid?
Het vledermuisje. Ja, mijn moeder zegt:
y, Vertrouw, mijn kind! geen' vleijer regt.
„ Het zoet, dat van zijn lippen vloeit,
„ Is doorgaans met vergif.befproeid!"
De vos. Befchouw mij toch niet uit dat licht,
Zie mij flechts regt in 't aangezigt.
Kom, liefje! kom!
Het vledermuisje. Wel aan, ik waag het dan!
Er is hier niemand, die 't mijn moeder zeggen
kan.
Daar kwam hij uit het luchtruim af.
En vond in 's anders maag zqn graf.
22. ^ De haas en zijne vrienden.
Een haasje, lieflijk van manieren.
Vol kimften, lustig en gedwee.
Was welgezien bij andre dieren,
By kleinen, en bij grooten meê. " ,
Het vroeg eens aan zijn vrienden raad.
En hulp, en bijfland met de daad.
Daar 't weerloos dier zich alle dagen.
Door bitfche houden zag belagen.
„ Nooit,"