Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
FABELEN. 8l
fchaar van kinderen, zoo jongens, als meisjes.
„ Ziet eens, welk een fchoMi kapelletje!" riepen
zij, toen zij het naauwelijks bemerkt hadden,
„ dat moeten wij hebben!" Terftond ging men
met hoeden, doèken, netten en handen, op
het kapelletje los, dat ook eindelijk gevangen
werd, hoe zeer het ook zocht te ontwijken. Een
knaap brak aan hetzelve oivoorzigtig, bij het
toegrijpen, een vleugel af; en een ander drukte
aan hetzelve het kleine kopje in.
Dit alles had de krekel mede aangezien. „ Ach!"
zeide hq, „ als die pracht en luister zoo veel
„ leeds veroorzaken kan, hoe goed is het dan,
„ dat ik onbekend, en in het verborgene leef i"
19. De kikvorsch en de jlier.
Een kikvorsch zag een' vetteq flier
Nabij haar modderpoeltje grazen;
( Het kleinile diertje is vaak eea zeer hoogmoedig
dier,)
Straks ving zij aan zich op te blazen.
En riep een muisje toe: „ ei, vriendje 1 neem
„ eens waar,
„ Of ik in lijvigheid dien ftier niet evenaar!"
„ Nog geenszins!" fprak de muis. „ Maar nu ? '* —
„ 't Zal niet gelukken!"
„ 't Zal wel, ik waag me er aan," fprak 't vorschje ,
en 't barstte aan Hukken.
flo. De