Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
9° fabelen.
En zegt, wat hij verzon. „ Dat deugd niet,"
was 't befciieid.
„ Ga, zoo 't eens weêr gebeurt, uw' gang met
„ lijdzaamheid!
„ Dan zal dat bits gebroed, dit durf ik u ver-
„ fpreken,
„ U vrij wat minder (leken!"
14. De fiier en hel kalf.
Een oude ftier zocht eens in een' engen flal
te dringen: maar de ingang was te laag, en te
eng. Schoon hij zich alle moeite gaf, het wilde
niet gelukken. Een kalf zag dit laatdunkend
aan, en zeide: „ zoo kimt gij er niet in: doch
„ volg mijn voorbeeld ileclits. Gij moet u krom-
„ men en bukken, dan zal het wel gaan." Op
dezen .ongevraagde» raad antwoordde de ftier:
„ zwijg, wijsneus! leer uwen vader niet. Die
„ oude lieden te regt wil brengen, moet nog
„ iets meer bezitten, dan jeugd, hoogmoed, en
„ ftoutheid. Eer gij geboren waart, mijn zoon!
„ wist ik'dat aües reeds."
15. De dog en dc kater.
Een trouwe dog werd door een fchot verminkt
en lam.
Dat zijnen Heer, wien hij befchermen wilde.
Verraderlijk het leven naiu,
■ On-