Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
c.
fabelen. 89
„ De vorfchen, die gU eet, roep dit in uw ge«
„ dachten,
„Die kwakicen telkens ook vooraf zoo aardig nog."
13. De knaap en de muggen.
„ Mijn vader gaar in 't bosch, dat zie ik!"
fprak een kind;
En 't volgde vader hupplend en gezwind.
Maar trad niet in 't geboomte, of 't vond zich
hier en daar.
Door mug op mug geftoken. Vol misbaar.
Zocht KAREL, door de vlugt, in vrijdom te geraken ;
Maar, ach! hoe meer hij liep, hoe meer de mug-
gen ftaken.
„ Zoo," fprak hij, „ laat mij rasch dat fteken
„ achterblijven,
„ Of ik zal u welhaast dien kortswijl gaan ver-
„ drijven."
Hierop nam hij vergramd zqn' ftaf,
En floeg in 't rond: maar 't heir van muggen
liet niet af.
§tak het voorheen uit enklen lust tot flieken.
Nu deed het zulks nog meer, om zich aaa *t
kind te wreken.
Aan zqn gelaat verwond, aan be^de handen rood,
IJlt KAREL naar Paja, en klaagt hem zqnen
nood,
F 5 En