Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
»En op deze wijze zouden wij zoo al hetzelfde nut
van ons land en onze vruchten trekken*' hernam Har-
men. )) Wie zou toch kunnen denken, dat dit alles van
die eenvoudige wortels kan vervaardigd worden?''
»0," zeide neus, »wanneer men veel onderzoekt,
dan leert men ook veel. Er zijn nog eene menigte an-
dere vruchten en gewassen, die dezelfde voordeelen
opleveren. Zoo kan van de frambozen wijn, van de
Sellerie brandewijn, van de paardebloemen brandewijn
en azijn getrokken worden, en zoo al meer; terwijl
de eersten een smakelijk fruit zijn, en. de beide laat-
sten , in zeker opzigt, als spijs en geneesmiddel kunnen
dienen. Zoo liefderijk rigttc God het door Hem ge-
schapene in, dat het veelal den mensch op menigerlei
wijzen nut verschaft,"
Vragen: 1. "Welk nut kunnen de wortels, beten of bieten
cn de mangelwortels den mensch verschaffen?— 2. Zijn er nog
andere vruchten en gewassen, welke zulks kunnen doen? —
3. Wat blijkt ons uit dit een en ander?
XLVII.
De HAAS, het KONIJN, de BEVER,
de EEKHOORN en het ZWIJN.
Wie niet wil lijken aan het zwijn,
Illoet nimmer lui of morsig zijn.
Hel zevenjarige truitje had dit versje op school ge-
kregen, om het van buiten le leeren en den anderen
dag op le zeggen. Te huis gekomen, ging zij hel, al-
vorens le spelen, eerst zitten leeren. Weldra kende zij
bel, vertelde zulks mei blijdschap aan hare ouders en
voegde er bij, dat zij wel zoude o])passen, niel aan het
zwijn gelijk le worden.
»Dil hebt gij nu reeds gedaan, mijn Kind!" aal-