Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
tanden oin te polijsten, en huune liaren lei' vervaardi-
ging van penseelen enz.
»En wat uu den olifant betreft, ook zijn vleesch
wordt door de bewoners der landen, waar liij leeft,
gegeten en zelfs voor zeer smakelijk gehouden.
»Dit is echter niet het eenige nut, hetwelk de oli-
fanten dea mensch schenken. Ofschoon eene wilde
diersoort uitmakende, kunnen zij tam gemaakt en als
tot huisdieren gevormd worden; en alsdan bewijzen zij
hunnen meesters de gewigtigste diensten: want zij zijn
even verstandig, leerzaam en getrouw, als de paarden.
Ook verrigten zij zoo al dezelfde werkzaamheden, als
deze; wordende gebruikt, om er op te rijden, om
zware vrachten te dragen en te trekken, en bovendien
lot velerlei anderen arbeid. Inzonderheid worden zij
echter gevangen en gedood om hunne landen, die het
ivoor of elpenbeen opleveren, waarvan velerlei kunst-
voortbrengselen vervaardigd worden, terwijl men tevens
van hunnen dikken huid een nuttig gebruik maakt. Zoo
ziel gij, dat de olifant niet doelloos werd geschapen.
»VVat overigens het ivoor of elpenbeen betreft," dus
vervolgde de vader, »dit bekomt men nog van de lan-
den van een ander dier, dal mede de heete gewesten
bewoont, zich veel in hel water ophoudt en daarom
hel rivierpaard wordl genoemd. Ook dit is, even,
als de olifant, een groot en lomp behouwen dier,
wordt wel 2000 Nederlandsche ponden zwaar en ver-
schaft door zijn vleesch een zeer smakelijk voedsel.
»Uit dit een en ander ziet gij, mijn Zoon! dal er
niets onnuls beslaat, en dal de mensch alles te zijnen
dienste kan aanwenden, wanneer hij dit slechis wil en
weet. le doen."
Vragen: 1. Welke voordeden verschaffen de leeuw, de tij-
ger en de wolfi — 2. Welke de olifanti — ö. En welk het
rivierpaard'/ ,