Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
7i
XLlll.
Sebastiaan wandelde mei zijnen jongeren broeder langs
den oever der zee, en daar vanden zij eene lallooze
menigte allerfraaiste schulpjes liggen. De kleine jon-
gen raapte er zijne zakken van vol en droeg ze mede
naar huis. Aldaar gekomen, liet hij met vreugde zij-
nen schat aan zijnen vader zien, terwijl hij vroeg,
van waar al die schelpen kwamen. De vader ver-
haalde hem nu, dat zij in de zee tol woningen aan
kleine diertjes verstrekken en door de zee op het land
gespoeld worden.
i Maar waartoe zou God zulk eene menigte van die
diertjes geschapen hebben?" vroeg Seüastiaan.
houden hun verblijf in de zee, en dus zijn zij voor
niemand nuttig "
i Niet van alle dingen,'^ was luit antwoord des va-
ders, 'ddie God heeß voortgebragl, weten wij, waartoe
llij hen bestemde. Onze kennis is daartoe nog te ge-
ring. Doch dit weten wij, dat velen dezer diertjes tot
voedsel aan andere dieren, en deze weder op hunne
beurt aan nog andere verstrekken; en dat op deze
wijze het eene door het andere in de schepping bestaat
en onderhouden wordt.
^Maar weten wij, menschen, van vele dingen al
7iiet, waartoe God hen schiep, evenwel weten wij heti
dikwijls te onzen nutte te gebruiken; en zulks is ook
met deze schulpen het geval. Vroeger werden zij veel
tot sieraad en om de droogte in de paden der tuinen
gestrooid; doch nog meer gebruikt men ze, om er met-
selkalk van te branden."
^Kalk, Vaderr hernam Sebastiaan, t)ik meende^
dat men dc kalk uit den grond groef?''
Dat doet men ook," kreeg hij ten antwoord, n Er