Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
vroeg de onderwijzer aan den eerslen makker van Bou-
dewijn: »Welken visch hebt gij ter onderzoeking geno-
men, en wat weet gij daarvan le zeggen?"
»Den haring," kreeg hij ten antwoord, »die in zulk
eene menigte aanwezig is, dat er jaarlijks millioenen van
gevangen worden. Gezouten zijnde, draagt hij den naam
van pekelharing; gezouten en gedroogd, heet hij bok-
king; en gezouten en gerookt, gerookte bokking; van
den haring kan ook traan bereid worden; terwijl eene
latere soort er van, panharing genaamd, door de men-
schen gegeten, aan de varkens tot spijs gegeven of ook
wel gebruikt wordt, om de landerijen te bemesten."
»Best!" sprak de onderwijzer. »En wat hebt gij ons
te vertellen?", vroeg hij thans aan Boüdewijn.
»Ik heb den kabeljaauw en bakeljaauw gekozen,"
was diens antwoord, »welke visschen, gelijk ook dc
schelvisch, versch gegeten, eene smakelijke spijs verschaf-
fen. Gezouten zijnde, noemt men hem labberdaan of
zoute-visch, en gedroogd, stokvisch. Tevens kan er
van zijne lever traan bereid worden."
»Ook goed," zeide zijn meester. »En nu gij?" dus
vroeg hij aan den tweeden makker van Boüdewijn.
»Ik heb onderzocht over den steur," sprak deze;
»een zeer groole visch, die soms wel 500 Nederland-
sche ponden weegt. Deze visch, wiens vleesch niet
blank, maar geelachtig rood ziet, wordt gegeten; van
zijne kuit eene andere, voor vele volken zeer smakelijke
spijs bereid, kaviaar geheeten, en van zijne zwemblaas
vischlijm vervaardigd."
» Mede goed geantwoorddus liet zich de onderwij-
zer hooren, en schonk aan de drie jongelingen bijzondere
goedkeuringsteekens, als een bewijs zijner tevredenheid.
Vragen: i. Kinderen! wat zoudt gij mi over den haring
weten te vertellen? — 2. En wat over den kabeljaauw en de
visschen van die soort? — 3. En wat over den steurf