Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
ters, of irekt hunne wagens en karretjes voort, en
zoo al meer. Maar bovendien, het vleesch der hon-
den kan gegeten worden; in sommige streken worden zij
zelfs te dien einde, even als bij ons de varkens, ge-
mest ; van hun haar kan men hoeden, kousen en derge-
lijke dingen maken en hun vel tot leder bereiden."
»Wat zegt gij hiervan , Zusje ?" riep Robert hierop
uit, »zou dit wel van uw katje kunnen gezegd worden?"
1 Wel zeker," voegde zijn vader hem toe. »Ook de
kalten zijn van zeer veel nut. Zij zuiveren onze hui-
zen en velden van rotten, muizen en andere dergelijke
schadelijke dieren; haar vleesch kan zeer goed gegeten
worden; van hare darmen maakt men snaren; van
hare vellen eene soort van bont; cu alzoo zijn zij,
wanneer de mensch dit wil, even nuttig na, als vóór
haren dood."
Vragen: 1. Waarom moet men voorzigtig met de honden
cn katten omgaan? — 2. Welk nut verschaffen de eersten? —
3. Welk nut de laatsten?
XLI.
ne Erwten en de Boonen,
nZiet eens," zeide mevrouw Vrede op zekeren dag
tegen hare beide kinderen, jozef en sofia., met wie zij
langs den tuin van eenen groenboer wandelde, terwijl
zij op verscheidene reijen envten en boonen wees:
Inziet eens. Kinderen! hoe zorgvuldig de tuinier deze
pas uitkomende erwten aangeaard, bij de hooger ge-
wordene en de boonen rijs en staken gezet, en bij
die, welke reeds vruchten dragen, een' vogelverschrik-
ker geplaatst heeft, opdat de vogels haar vroeg of
laat niet beschadigen, en zij, opgewassen zijnde, niel
op den grond verrotten, maar vrolijk opschieten en
5*