Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ö6
heugden de kindereu zich, wanneer de lieve diertjes,
niet als gewoonlijk kat en hond, maar als broer en
zusje, met elkander speelden en over den grond bui-
telden. Geen schat was zoo groot, waarvoor zij hen
zouden hebben willen missen. Ook pasten zij hen
zorgvuldig op en deelden hun van de spijs mede, welke
zij zelve ontvingen.
»Hoe lief die diertjes ook zijn," zeide op zekeren
dag hun vader, > moet men nogtans voorzigtig met
hen omgaan. De katten zijn valseh van aard en krab-
ben soms, wanneer men daaraan het minst denkt; en
dit krabben kan vooral dan diep en pijnelijk worden,
als men de hand schielijk wegtrekt op het oogenblik,
dat zij hare poolen uilslaan."
g Maar de honden krabben niet, dus is mijn beestje
beter, dan hel uwe," sprak Robert tegen zijne zuster.
»De honden krabben niet, doch bijten," hernam de
vader; »en zij zijn alleen daarom beter, omdat zij
zulks~ zelden uil valschheid doen. Daarentegen zijn
hunne beien veelal gevaarlijker, 'dan de krabben der
katten, en veroorzaken somtijds zelfs den dood."
»Ja, die van de dolle honden," zeide Robert.
• Niet slechts van deze, maar de beet van eiken
hond, die kwaadaardig .is, is gevaarlijk," voegde zijn
vader hem toe. »Zelfs zijn er voorbeelden," dus ver-
volgde hij, »dat menschen, die met hondjes speelden
en er onder dit spelen door gebeten werden, razend
geworden en gestorven zijn. Eene leer dus, om altijd
voorzigtig ook met honden om te gaan, zelfs met de
liefste."
»Dat is toch jammer. Vader!" hernam Robert;
»zij zijn zulke vriendelijke dieren!"
»Vriendelijk," was hel antwoord, »waakzaam, ge-
trouw , leerzaam en zeer nutiig. Naarmate de soort
IS, past hij met den herder op de schapen, gaal mei
den jager ter jagi, bewaakl de bezittingen zijns mees-