Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
zout uil het zeewater wordt gehaald, en ik heb gelé-
zen, dat het uil den grond gegraven wordt,"
»We/, gij helft beide gelijk. Kinderen!" aniwoordde
de vader; »het wordt zoo wel uil het eene, ah uit den
anderen verkregen en draagt daarom verschillende na-
men, te weten: dat uit het water zeezout, en dat uit
den grond steenzout. Zelfs is er nog eene derde soort,
dat men niet uit zee-, maar uil ander zout water trekt,
cn bronzout genoemd wordt,"
»Dus zijn cr dan drie soorten van zout?" vroeg
Frans.
»We/ op drie verschillende wijzen verkregen," was
het anUwoord, »rnaar niet zoo zeer verschillende, dat
het drie bijzondere soorien uitmaakt. Zij dragen dan
ook gezamenlijk den naam van keukenzout, zoo, omdat
zij bij het bereiden der spijzen gebruikt worden, als
om hen van andere soorten van zout te onderscheideji,
welke voornamelijk iu de geneeskunde worden aange*
wend,
»Maar," dus vervolgde de vader, »wanneer gij zoo
over het zout hebt gelezen, zult gij levens wel weten,
welk nut het -aanbrengt?"^^
»Ja," antwoordde Mie, »men doet het bij dc spijzen,
om die smakelijker te maken. Ook voegt men het. bij
het spek, bij het vleesch cn bij ingemaakte groenten,
opdat die niet bederven zouden,"
»Maar niet minder bezigt men het,'* sprak daarop
Fratïs , »in vele fabrijken tot het bereiden van onderschei-
dene sloffen of vervaardigen van sommige dingen,"
»Zoo is het,'* hernam de vader, »En gij ziel hier-
uit, welk eene uitgestrekte nuliKjhcid het zout bezit.
Daarom zegt hel spreckumrd van dit eenvoudige voor-
werp der Natuur; Zoul is beier, dan goiui. Ook hicr-
'uit blijkt dus alweder, dat niet de uitwendige glans cn
luister, maar wel het ivczoilijke nut de echte waarde
der dingen uitmaakt,*'