Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
eten, »indien dil nu eens kersen waren, en gij, na die
opgegeten le hebben, naar bed moest?"
»Neen, lieve Moeder!" was haar aeLwoord, »ik zon
deze brij nieV gaarne voor kersen verruilen."
»En bedenk nu eens," zoo ging de moeder op nieuw
voort, »op boe velerlei wijzen de gerst, om bij deze le
blijven, bovendien gebruikt kan worden. Tot meel ge-
malen, bakt men dit tot brood, of bezigt het op andere
wijzen tot spijs en gebruikt het zelfs bij de bereiding
van leder, linnen enz. Zoo heel strekt de gerst tot voed-
sel voor menschen en sommige dieren, maar bovenal lot
liet brouwen van 'bier j terwijl men er tevens jenever,
brandewijn en azijft van maken kan, welken laatsten
men bierazijn noemt. Op deze wijze verkrijgt men van
die eenvoudige korreltjes verscheidene soorten van goede,
gezonde spijzen, aangename of nutlige dranken en zoo
al meer. Zouden wij dit nu op gelijké wijze van de
kersen kunnen zeggen, hoe smakelijk die mogen wezen?"
Treesjk moest hierop neen antwoorden cn beloofde
levens, dat zij nimmer weder zulke onbcradene wcnschen
uilen zoude."
Vragen: 1. Welke soorten van vruchten heeft God het meest
voortyehragt ? en waarom? — 2. Van welk nut strekt, als
zoodanig eene vrucht, de gerst aan den mensch? — 3. Wat
kumien wij uit den wensch van treesje leeren ?
XXXVI.
or

Frans had met zijn zusje eenen hevigen twist, een^
vriendelijken, namelijk: want zij wisten, dat men niet
hoos op elkander wezen of twisten mag. Na dat zulks
nu eenige oogenblikken had geduurd, liepen zij naar'
Iiu7in€n vader, tegen wiew Frans het eerst zeide. Zeg,
Vader! wie van ons gelijk hrrff. Mik zrgt, dat het