Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
5ijnbc/ iDorbcn rr gcene/ 300 fllgciUECii filocijciibe
planten niccr gcbonbcn.—Berber ;bE ïiorrcla/faan
bc boppen ontbaan stjnbc/ taorbcn al^ grutten of
fiocfttaeit-gort/ cn bc laatften/ be boppen/tot Becé-
tenbocbcr of op anbcrc taijjen gcBruiftt. l^ct (Irnn
bient tot Beftrooging ber fiallen en later tot mejt;
of geeft/ berBranb sgnbc/ potaörlj. 23abcnbïcn
ftan men ban be brucgt Branbctaijn/ jcnebcr cn
asijn maften / en bicnt get meel / getjij / 500 aïji get
naget malen i^/ of na bat men cr gct fijne geeft
uitgejift/ tot bocbfcl en mej5ting ber barftemi.
#i©cnftt ban/ mgne ftinbercn!" aïbnö Bcflaot bc
babcr/ tertagl gij met bcsc boortltianbElbc / ^aan
be fioefttaeit-plantje«»/ 500 bifttagï^ gij panncftoc-
«cn eet/ en banftt (ßob ooft boor gct bcrtacrbrn
ban gen/ alö bcngenen/ taiené ganb on-i gen
fcgenftt."
Vragen: 1. Soliieji God dc gewassen zoo, dat zij ons riikil
tot voedsel cii zoodanig gebruik zouden dienen? — 2. Welke
nuttigheid verseiiaft de boekweit wel? — 3. AVien moeten wij
dan ook vncr deze planten dankbaar wezen ?
XXXIV.
He iffolfeit, De Niuixen en
Hotten.
De goede lodewijk , van wint reeds meermalen iu
dil boekje is gesproken, op zekeren dag weder in den
tuin komende, zag den luinrnan hezig, eenige nto/s-
lionpen gelijk ie maken. Dadelijk begon hij te vragen:
* Wel, Haas.' verlet mij nu eens: kunt gij ook van
deze dieren zeggen , dut zij nullig zijn ? die dieren ,
tvelkc den grond zoo dikwijls omwroeten cn daardoor
soms rie planten en h/oenien doen sterven?"