Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
veri versclieidütie soorien van grove eu fijne Bieenen op.
»Onder de eersie liehooren de keijen of groole straat-
steenen; de Llaauwc en grijze steenen , van welke eersie
men sloepen enz., cu, gelijk ook van de andere, wel
huizen bouwl. Verder de vuursleenen voor de gewe-
ren en om er poiceleiu van le vervaardigen ; hel kost-
bare marmer, \Yaarvau men sierlijke huisbenoo;!igdheden,
zoo als tafelbladen , sciioorsleenmanlels enz. maakt, en hel
iialf doorschijnende albast, dat men mede tot liet vervaar-
digen van huisselijke dingen bezigt, zoo als bloemvazen
en dergelijke; de lei, welke dient ter dekking van
sommige daken en om er op te schrijven; dan nog de
molensleenen, slijpsteenen en zoo al meer.
»Onder de fijne of edelgesteenten beliooren de agaten ,
(opazen, robijnen en meer andere steenen , welke geel,
blaauvv, rood enz. van kleur zijn; maar voornamelijk
de diamant, welke geene eigenlijke kleur en soms eene
waarde van duizende guldens bezit. Daarenboven is hij
het hardste ligchaam; ja, zoo hard, dat hij, om ge-
slepen te kunnen worden, ten einde zijnen glans te
voorschijn le doen komen, zulks alleen met eenen
anderen diamant gedaan kan worden."
»En welk nut bezitten die steenen wel, Vader?"
vroeg FRiTs. »Voorzeker een groot, daar zij edel ge-
noemd en zoo veel geld waardig geschal worden."
»Eigenlijk nut," gaf zijn vader ten antwoord, »be-
zitten zij niet; zij dienen enkel lot sieraad in ringen,
in sloten aan de halskettingen enz., de diamant uitge-
zonderd, welken de glazenmaker bezigt, om de glas-
ruiten te snijden.
»Geheel anders, als met deze," dus ging de vader
voort, »is het met een' anderen steen gelegen, mag-
neetsteen genaamd, die, ijzerkleurig en geheel onaan-
zienlijk , den mensch de gewigtigste diensten bewijst."
»En welke zijn die. Vader?" was de vraag van zijnen
zoon.
4'