Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Vraycn: 1. In welke opiigteii lijii de duinen bewijien van
de Roedbeid en wijslieid Gods? — 2. Welk niit bren(;l lipt
zand Ie weegP — 3. En welk do hei of de heide?
XXII.
De Walvisch en Rob.
Terwijl Feederik en zijn geleider hier nog zaten,
kwam een vissclier uit het naburige dorp hen voorhij
en verhaalde hun, dat er op eenigen afstand van daar
een doode walvisch was aangespoeld. Dadelijk besloten
onze reizigers, er zich heen te begeven, gelijk zij ook
deden.
Op de plaats gekomen, zagen zij er het zeemonster
levenloos liggen, dat wel geen der grootsten, maar toch
eene van zestig voelen lang was,
»Waar zou dit dier wel van daan gekomen zijn?"
vroeg Frederik zijnen geleider, toen zij, na den walvisch
bekeken en bewonderd te hebben, weder terug keerden.
»Uit het hooge Noorden," was het antwoord, »waar
deze dieren tot eene weldaad voor de aldaar wonende
menschen verstrekken, naardien zij hun in zeker opzigt
alles verschaffen, wat zij ter onderhouding des levens
behoeven. Door ons, beschaafder volken, gevangen wor-
dende, koken wij uit hun spek traan en maken van de
aldus uitgekookte stukken spek lljmj de baleinen uit
hunnen bek worden op velerlei wijzen gebezigd; en met
het afschaafsel daarvan vult men kussens enz.; terwijl
hunne kaakbeenderen dikwijls in de velden geplaatst wor-
den, opdat do runderen er zich tegen zouden kunnen
wrijven. Doch lot meerder dienst strekken de walvisschen
aan de bewoners dier onvruchtbare streken. Deze gebrui-
ken hun vlcesch en spek tot voedsel; het laatste ook, om
Ie branden; het vet of de Iraan bij hunne spijzen of
lot licht in de lampen; lerwijl zij van de darmen hemden
en andere kleedingstukken bereiden.