Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
soüil van zijde. Hel zaad dezer plauL is door die slof
omgeven, en daarvan wordl zij vervaardigd; lerwijl die
slof in een Imlsel besloten is, waarvan men papier kan
maken."
«En nu mijn neleldoek, dat men van de brandnetels
bereidt," liet de tweede ziisler op die woorden der moe-
der volgen; »mag ik llians mede mijtie doeken niet ver-
wachten ?"
»Dal rnoogt gij,'' was liet antwoord, »en nu hadl
gij er nog ivuniien bijvoegen, dat men uil de brandne-
tels potascli kan trekken; dat men er pajiier van kan
maken, en dal zij soms in de geneeskunde-en, jong
zijnde, ais spys gebruikt worden."
Vragen: 1. Hoe verkrijgt men de zijde van den zijworm? —
Ifue van de zijdeplant? — 3. Welk nut verschaffen de
brandnetel:!?
XV.
HET VLAS, KATOEN DE HENNIP EN AMIANTSTEEN.
))/A lich mijne vraag niet zoo spoedig beantwoordy* sprak
daarna Agatha; »ten minste, als ik al het nut opnoemen
wil, dat de vlasplant, waarvan het linnen gemaakt wordt,
aanbrengt. Maar ik zal het beproeven; en gij zult mij wel
wat helpen, niet waar, lieve Moeder! indien ik te kort komJ**
De moeder zulks beloofd hebbende, ging Agatha voort: » Van
de buitenste vözels der vlasplant dan vervaardigt men het
linnen. Wanneer, deze daartoe bewerkt worden, valt er veel
ruw vlas af, dat tot het vervaardigen van touwwerk enz.
wordt gebezigd. Boven aan de vlasplant tit, als die rijp is,
een bolletje vol kleine zaadjes; uit deze perst men olie, die
tol het bereiden van verw, zeep en meer andere dingen wordt
gebruikt. liet uitgeperste zaad noemt men lijnkoeken, en deze
geeft men tot voeder aan. de koeijen en gebruikt hen ook wel
in de geneeskunde. Dat er van oud linnen papier wordt ge-
maakt, weet men.^^
»Gij hebt uwe vraag goed beantwoord en de hemden ver'
diend,** zeide nu de moeder; en daarop sprak de vierde zuS'