Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
)>>wat die beide enkele wuchten ons niet al opleveren. En
wonneer wij nu daarbij bedenken, hoe de boomen, waarvan z\)
afkomstig zijn, in de lente door hunne schoone witte en ye-
kleurde bloesems onzen hof versierden^ en dat zij, oud gewor-
den zijnde, nog eene menigte hout zullen verschaffen, geschikt,
om te branden en er allerlei dingen van te vervaardigen,
waarlijk, dun mogen wij hen wel als een heerlijk geschank
aanmerken, ons door den liefderijken God geschonken."*
Vragen: 1. JVat wilde vrouw xk^ der Heiden met de inge-
zamelde appelen en peren doen? — 2. Wat vertelde zij van de
appel' en perenboom en? — 3. Ifoe wilde zij die daarom aange-
merkt hebben?
VIII.
»Apen en boeren! apen en beerenP^ riepen eenige
kinderen vrolijk uit, toen zij twee beerenleiders met
een paar beeren, en apen het dorp zagen binnentreden,
In het midden daarvan gekomen, begonnen de beeren-
leiders op hunnen doedelzak te spelen, terwijl de bee-
ren moesten dansen en de apen allerlei kluchtige kunsten
verrigten, LigteUjk kan men begrijpen, welk een' pret
de kinderen hadden.
Toen zij vervolgens weder school kwamen, nam hun
onderwijzer, die hen dikwijls over de natuurlijke his-
torie onderhield, deze gelegenheid te baat, om hen
over de apen en beeren te spreken; en na dat hij hun
het .een en ander over de levenswijze enz, dezer die-
ren had medegedeeld, ging hij op deze wijze voort:
» God heeft deze wilde beesten niet voor niet gescha-
pen , Kinderen! maar net zoo wel, als alle andere din^
gen, tot een nuttig einde. Zoo strekt de huid der bee-
ren met de haren lot een fraai en warm kleed; hun
vleesch bij sommige volken tot eene goede spijs, en zijyi
hunne poolen voor velen daarvan eene lekkernij; tei'-