Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
^èMteeple fiuiD fieeft y eu De utuifcjef, wefice
fiaff paatt> en cjef td; eu Deje faatöt'e
id iiijoiiöetfiett) öeiv uieiiócft van veef öieiidt:
want in wattite fauDeu Icaii ftïj Cetet De ftitte
vetöta^eu , Dan De paatDeii, eu coett De tei^i^etö
veci veiftger faugó gcvaatf^lce wc^eu , Dau Deje
jouDeu Ivuufiett Doen.
jiet fiietuit, mtju KiuD! Dat «iet a((ea,
wat cetacftt worDt, juf(c6 oetDieiitj eii Dat wij
uiuituet eeue jaak cetacfiteu iiioeteit, oiuDat
anDeteu Dit Doeu."
Vragen: 1. Welke soorten van eiels lijn er? — 2. Welk
nut brengen lij ons aan ? — 3. Mo^jen wij wel iets verachten,
omdat andere menschen zulks doen?
VII.
Het was herfst. De takken der ajipel- en perenhoomen
hinyen gekromd onder den last der vruchten; en -waarheen het
oog zich wendde, overal ontdekte het te midden van het nog
groene gebladerte tallooze goudgele., saprijke peren en blozende
appelen» Het duurde dan ook niet lung, of men zag oud cn
jong met dankbare vreugde de hoornen van hunnen last ontdoen
en het ingezamelde ooft in volle korven do woningen binnen
dragen. Ook vrouw van der Heiden verheugde zich in eenen
overvloedigen appel- en perenoogst; en daar zij eene zeer naar-
stige huisvrouw was, besloot zij, dien op de nuttigste wijze
aan te wenden. Tot dat einde zonderde zij een gedeelte daar-
van af, om die raauw of gekookt te eten; van een ander ge-
deelte maakte zy eene soort van wijn, brandewijn en azijn;
en eindelijk van het overschot suiker cn siroop.
•»Ziet,** zcidc zij hierop legen hare knechts ru meiden,