Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
met haar oinguande, doen zij ons zelden loed. — £n zouden
wij wel gaarne den honig missen« die\tot het bakken van koek,
aU geneesmiddel en bij hel bereiden van zoo vele andere din-
gen gebruikt wordt? de wag, waarvan uien kaarsen, beeldje»
enz. maakt, en die mede dikwijls op andeie wijzen wordt gebe-
zigd? Zeker niet. De bijen zijn dus nuttige diertjes. Doch nu kan
ik u nog iets omtrent haar mededeelen, waaruit gij eene
schooue leering kunt trekken. De honigbij, namelijk, die u
gestoken en dus die pijn veroorzaakt heeft, is thans dood; want
elke bij, die steekt, verliest daarbij haren angel; en zoo dra
lij dezen kwijt is, moet zy sterven. Wu, even, als met de
bijen, gaat het ook met ons, menschen, wanneer wij anderen
ieed veroorzaken of ons op onze vijanden wreken. Hun schade
aanbrengende, schaden wij te gelijk ons zeiven; en, hen in het
ongeluk stortende, bewerken wij levens ons eigen ongeluk,
hetwelk wij vroeg of laat zullen ondervinden."
Vragen: 1. Wat verschaflen ons de honigbyên? — 2. Welke
lijn voor haar de gevolgen, wanneer zij anderen steken? —
3. Welke nuttige leering kunnen wij daaruit trekken?
IV.
I^cnbi'ift öaiï örn gaf ban z^ntn babcr ttn
ftufitjc nronb gclfercgcn/ bat fiij naar 5ön genoegen
mojjt beplanten en met liloemen Uerfieren, ^age-
Ipö' Bragt gij ei* na ben fcgaaftijb een uur in boor/
öehier&tc f\tt ijUerig en giclb Ijet ^aa fcljoon ban
onftruib/ bat er nergcno een fpiertje te tiinben
hiaé, i^otij een^ ac^t bagen ban gutó gebieeil:
5gnbc/ iuarcn in bien tuiTcijcnnjb eene taUaasc
meninte te boarpcgijn geftomen en
OirUen tjare i)t\\}u firaene fcïjeutje^/ aïö mogten
er maar 50a brij in groeijen/ ïncfltig in bc
j^oogte* ï>De bcbroefbe l^enbrift .sitlj/ toen gij
getiefb tuintje 500 berUiitberb boor get eerft
torber 5ag. doornig rn bijna fclfjreijenbe ban fyijt