Boekgegevens
Titel: Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Deel: II
Auteur: Werf, F. v.d.
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1895 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9427
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203001
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
gegaan. Hebt gij haar vergezeld? Neen ik had mijn
werk nog niet af. Hoe laat staat gij op? Gewoonlijk
[ordinairement) sta ik om vijf uur op, maar morgen-
vroeg sta ik om vier uur op: wij zullen hengelen
op het meer [lac). Hij wreekte zich niet (p. d. en
imp.). Waarom wreekte hij zich niet? Hij vergeeft
steeds zijnen vijand.
138. Heeft de meid de straat al geveegd? Neen,
zij zal ze vegen. Zij stoft de meubelen en zeemt
de ruiten ; daarna zal zij de glazen spoelen. Ik zal
mijne handen wasschen, zij zijn vuil. Welken appel
verkiest gij, dezen of dien ? Geef mij dien mooien
gelen appel ; ik zal hem schillen en de helft aan
mijn zusje geven. Welke is de voornaamste stad
van ons land? Gister kreeg ik een geschenk van
mijn' oom ; het was een klein, wit hondje. Waar
werd de H. Bonifacius vermoord? De H. Bonifacius
werd in 754 bij Dockum vermoord. Wij gingen om
8 uur naar bed (p. d. en imp.).
139. Leer van buiten.
II fait beau. i
II fait beau temps. /
Il fait chaud. Het is warm.
Il fait froid. Het is koud.
Il fait sec. Het is droog weer.
II fait-doux. Het is zacht weer.
II fait mauvais temps. Het is slecht weer.
II fait du vent. Het waait.
II fait obscur. Het is donker.
II tonne. Het dondert.
II gèle. Het vriest.
II dégèle. Het dooit.
II pleut. Het regent.
II commence à pleuvoir. Het begint te regenen.
II neige. Het sneeuwt.
Het is mooi weer.