Boekgegevens
Titel: Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Deel: II
Auteur: Werf, F. v.d.
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1895 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9427
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203001
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
voorjaar terug. Hebt gij hem al gezien? Neen, ik
heb hem nog niet gezien. Heeft de bedelaar be-
dankt? Ja, hij was zeer dankbaar. Waarom betaalt
gij de schuld'niet? Ik zal ze peen twee keer betalen:
ik heb ze al betaald.
135. Waar zijt gij geweest? Ik ben naar de kerk
geweest. Was er veel volk? Ja, meer dan (de) twee-
honderd personen. Waar zijn uwe neven geweest?
Zij hebben gewandeld. Zijt'gij bang voor een leeuw?
Neen, ik ben niet bang voor een leeuw, als hij in
een kooi is. Dit meisje zingt beter dan dat meisje.
Wie zou geen medelijden hebben met de ongeluk-
kige moeder? Ik zou haar een aalmoes geven, als
ik geld had. Hebt gij den vlinder gevangen? Ja, de
tnooie vlinder zat {étail) op een roos. Waar woont
onze beroemde paus ? Hij woont te Rome; men
vindt in die stad de schoonste kerk der wereld.
136. Jan is een ondeugende jongen, hij gooit altijd
met steenen naai de paarden. Laat ons bidden voor
onzen paus, onze bisschoppen en onze priesters.
Waarom? Zij bidden ook voor ons. Hoe heet de
zesde maand van het jaar ? Hoeveel dagen heeft de
elfde maand? Hoeveel minuten zijn er in een uur?
Deze oude vrouw is tachtig jaar. Zij is de oudste
van ons dorp. Waarom zijt gij boos op mij? Ik
ben boos op u, omdat (paree qiie) gij mij bedrogen
hebt. Ik heb u niet bedrogen; ik heb de waarheid
gezegd. Heeft een os vleugels? Hij heeft geen vleu-
gels, maar horens.
137. Mijn vader en de uwe zijn naar de hoofdstad
des lands vertrokken. Uwe moeder en de mijne zijn
vriendinnen; zij hebben van morgen gewandeld.
Hoe laat zijn uwe zusters opgestaan? Zij zijn om
zes uur opgestaan en om acht uur naar de kerk