Boekgegevens
Titel: Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Deel: II
Auteur: Werf, F. v.d.
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1895 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9427
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203001
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
trompent leurs amies. Le père raconte l'histoire à
ses enfants. La servante pèle les pommes de terre.
Le chevalier protège les faibles. Le fidèle écoute la
parole de Dieu. Grand' maman entre dans la chambre.
On m'accuse du vol. Jean me prête son traîneau.
Le marchand achète des brebis au marché. Ces
garçons oublient leurs livres. Vous prononcez mal
ce mot. D'abord je travaille, puis je joue. Le jar-
dinier arrose les fleurs. Je parle et vous écoutez.
Le coiffeur coupe les cheveux. Le berger garde son
troupeau. Le pauvre enfant pleure. Les loups affamés
attaquent les voyageurs.
117. Vertaal de volgende zinnen met den imparfait
en passé défini.
Gij wont. De kat klom in den boom. De boerinnen
verlieten de stad. De jongens wierpen met steenen
naar de eenden. Waar trokt gij de rivier over ? Zij
drongen den vijand terug. Wij vonden den goeden
weg. Hoe laat schilde de meid de aardappelen ? De
ridders beschermden weduwen en weezen. Men be-
schuldigde ^u van den diefstal. Piet leende mij zijne
pen. De boer kocht paarden op de markt.
118. Wanneer begoot de tuinman de bloemen?
De herders hoedden hunne kudden. Het arme kind
schreide van honger. De uitgehongerde wolf viel
den reiziger aan. Wi] vergaten onze hoepels. De
politieagent sprak met den burgemeester. Wy aten
onze boterham. De geloovigen dankten God. Jezus
vergaf zijnen vijand. De jongens reden schaatsen.
Men klopte aan de deur. De boetvaardige beleed
zijne zonden. Waar zocht gij die eieren?
119. Beantwoord.onderstaande vragen:
se réfugier = een onder- les Mages ^ de Drie-
komen zoeken. koningen.