Boekgegevens
Titel: Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Deel: II
Auteur: Werf, F. v.d.
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1895 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9427
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203001
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
64. Futur (toekomende tijd) van avoir en être.
J'aurai. Ik zal hebben. Je serai. Ik zal zijn.
Tu auras. Tu seras.
Il aura. Il sera.
Elle aura. , Elle sera.
On aura. On sera.
îîous aurons. Nous serons.
Vous aurez. Vous erez.
Ils auront. Ils seront.
Elles auront. Elles seront.
J'aurai eu. Ik zal gehad J'aurai été. Ik zal geweest
hebben. zijn.
Tu auras eu. Tu auras été.
Leer deze tijden van buiten: 1. bevestigend, 2. ont-
kennend, 3. vragend, 4 vragend-ontkennend.
65. Vertaal in 't Hollandsch; breng daarna deze
oefening over in 't Fransch en in den vragenden
vorm :
le train de vitesse = de le florin = de gulden.
sneltrein. ,
.demain matin = morgen- la peine = de moeite,
vroeg.
en Allemagne ~ in Duitsch- la pluie = de regen,
land.
dimanche prochain = aan- tout à l'heure = straks,
staande Zondag. si = indien, als.
Tu auras une pomme, ma chère, si tu es sage.
Il sera bientôt à Paris par le train de vitesse. Ces
deux élèves auront les premiers prix. Il sera à l'é-
glise demain matin. Il sera en Allemagne dimanche