Boekgegevens
Titel: Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Deel: II
Auteur: Werf, F. v.d.
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1895 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9427
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203001
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
On ne trouve plus ici de grandes forêts.
Nous mangeons souvent des pommes de terre.
Elle ne manque presque jamais à la sainte messff.
Vous ne pensez plus à vos pauvres parents,
Elle chante bien, quand elle est gaie.
Il chante presque toujours mal.
17. Vertaal in 't Fransch :
Ik werk en ik speel. Ik loop op de straat. Ik houd
van appelen. Ik houd ook veel van peren. Wij zin-
gen niet vaak in de school. Bet kind zingt goed.
Zingt de man ook goed? Neen, hij zingt slecht. Ik
ontbijt om acht uur en ik eet om vier uur. Wan-
neer eet gij? Wat doet de jongen? Hij zoekt eieren.
Wat doet de horlogemaker? Hy repareert horloges.
Waar studeert gij? Ik studeer altijd op mijne kamer.
18. Wat doet zij? Zij bewondert de schoonheid der
bloemen. Wij aanbidden den goeden God. Wij dankeu
God voor Zijne goedheid. Geeft hij geld aan de
armen ? Neen, hij geeft niets aan de armen. Waar
schreeuwen de kooplieden ? Zij schreeuwen op de
straat. Waar brandt de lamp ? Zij brandt in de
kamer. Wanneer jaagt men? Men jaagt in den herfst.
Wanneer zingen de vogels ? Ze zingen in de lente.
Wanneer vischt men ? Men vischt in den zomer.
19. Wanneer rijdt men op schaatsen? Men rijdt
's winters op schaatsen. Wat doet de priester? Hij
leest de heilige mis. Wanneer zingt men een schoo-
nen lofzang? Wie geeft geene aalmoezen? Wie be-
bouwt de akkers? Spreekt de meester Fransch?
Zingen de meisjes prachtig? Ik houd veel van appels
en peren. God houdt niet van kinderen, die vloeken.
De organist bespeelt het orgel. Men vindt hier geen
wolven meer. Hij geeft veel aan de armen.