Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hoeken, die ontstaan bij de snijding Tan twee
rechte lijnen.
1. Van twee hoeken, die een been gemeen hebben, terwijl
de andere beenen elkaar's verlengde zijn, bevat de eene
47° 25' 38"; hoe groot is de andere?
2. Een hoek van 72 graden is middendoor gedeeld door een
rechte lijn. Bereken de stukken, waarin het verlengde
van dien lijn den overstaanden hoek verdeelt.
3. Een van de vier hoeken, die ontstaan zijn door de snij-
ding van twee rechte lijnen, bevat 100 graden en 50
minuten. Hoe groot zijn de andere drie hoeken ?
4. De vier hoeken, die ontstaan door de snijding van twee
rechte lijnen, zijn gelijk. Bereken hieruit, hoe groot elk
van die hoeken is.
5. Bewijs dat do rechte lijnen, die twee overstaande hoeken
halveeren, elkaar's verlengden zijn.
6. Een hoek is groot 95 graden en 47 minuten. Bereken
den inspringenden hoek, die dezelfde beenen heeft als
de eerste hoek.
7. Van twee hoeken die dezelfde beenen hebben, is de eene
viermaal zoo groot als de andore. Hoe groot zijn die
twee hoekon'?
8. Een hoek bevat •123 graden. Hoo groot zijn de deelen,
waarin de inspringende hoek, die dezelfde beenen heeft
als do eerste, wordt verdeeld door het verlengde van de
lijn, welke den eersten hoek halveert.
9. Bewijs, dat do rechte lijnen, die twee hoeken middendoor
deelen, welke dezelfde beenen hebben, elkaar's ver-
verlengde zijn.
10. Van twee hoeken, die dezelfde beenen hebben, is de
eene een vijfde van den anderen; hóe groot is ieder?
11. Als er door de snijding van twee rechte lijnen vier hoeken
zijn ontstaan en men neemt een van die vier, hoeveel