Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
gruente rechthoekige driehoeken verdeeld, zonder dat hg
een rechthoek is. Noem en bewijs eenige eigenschappen
van dien vierhoek.
63. Neemt men de zijde van den omgeschr. rog. 6-hoek als
eenheid aan, hoe groot is dan de zijde van den omg. regelm,
8-hoek tot in 4 decimalen?
64. Een rechthoekig stuk land, 298 M lang en 200 M breed,
moet in drie gelijke stukken verdeeld worden. Langs de
eerste twee stukken zal, ten einde ze alle drie te kunnen
bezoeken, een weg van 4 M breedte gemaakt worden. Hoe
lang en hoe breed moet elk stuk zijn?
65. Van een gelijkbeenigen driehoek is gegeven de hoogte h
en de straal van den ingeschreven cirkel r. Men vraagt
door berekening en door constructie de grondlijn en de op-
staande zijden van den driehoek te vinden.
{Eindexamen 1880.)
66. Een koorde PQ snijdt een middellijn van een cirkel in A
onder een hoek van 45 graden. Bewijs, dat AP^AQ^
gelijk is aan tweemaal het vierkant van den straal.
{Toelatingsexamen Milit. Akademie 1879.)
67. Men vraagt een driehoek te construeeren, waarvan gegeven
zijn de tophoek, de hoogte en de straal van den ingeschre-
ven cirkel. (ZüZ.)