Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
6. Construeer een rechthoekigen driehoek, als de omtrek gehjk
moet zijn aan een gegeven rechte lijn a en het oppervlak
aan het vierkant op een gegeven rechte lijn b.
7. Er is een cirkel gegeven en een punt P daar binnen.
Door dat punt begeert men een koorde te trekken zoodanig,
dat haar deelen tot elkander staan als twee gegeven ge-
tallen m en n.
8. Uit een punt D van de zijde AB van een driehoek ABC
is een lijn DE getrokken, evenwijdig met AC. Uit B eene
lijn te trekken, die AC in G en DE in F snijdt, zoo dat
de driehoeken DBF en BGC denzelfden inhoud hebben.
Eindexamen 1879.
9. In een driehoek ABC evenwijdig aan AB een rechte lijn
PQ te trekken, zóó dat AP middenevenredig is tusschen
PQ en AB.
dO. Een vierhoek te construeeren, waarvan de zijden gegeven
zijn, terwijl men weet, dat twee overstaande hoeken van
don vierkoek samen een gestrekten hoek vormen.
{Toelatingsexamen Kon. Milit. Akad. 1880.)
-11. Op de schuine zijde van een gegeven rechthoekigen driehoek
een punt te bepalen, zoodanig dat de loodlijn, uit dat
punt op een der rechthoekszijden neergelaten, middeneven-
redig is tusschen de stukken, waarin de schuine zijde door
het gevraagde punt verdeeld wordt.
(Toelatingsexamen Milit. Akad. 1879.)
Gemengde vraagstukken.
1. Een driehoek te construeeren, als gegeven zijn de grondlijn,
de tophoek, en de omtrek.
4*