Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
4. Bewijs, dat de raakpunten der overstaande zijden van een
ruit met den ingeschreven cirkel in een rechte lijn liggen
met het middelpunt van dien cirkel.
5. Wat weet gij van den vierhoek, die tot hoekpunten heeft
de raaklijnen van een cirkel, beschreven in een ruit?
6. Van vierhoek ABCD zijn de hoeken A en C ieder 90
graden. Als AB = 5, AD = 12 en BC =9, hoe groot
is dan de vierde zijde?
7. Bereken ook de beide diagonalen van dien vierhoek.
8. Van een trapezinm is elk been 12,. terwijl de evenwijdige
zijden 9 en 14 zijn. Bereken in twee decimalen den straal
van den omgeschreven cirkel.
9. Construeer een ingeschreven vierhoek ABCD, als gegeven
zijn hoek A, de zijde AB, de hoeklijn AC en de zijde AD.
10. Bewijs, dat twee overstaande zijden van een ingeschreven
vierhoek zich verhouden als twee van de stukken, waarin
zijn hoeklijnen elkaar verdoelen.
11. Beschrijf in een gegeven cirkel een rechthoek, die gelijk-
vormig is met een gegeven rechthoek.
12. Beschrijf een ingeschreven vierhoek, waarvan gegeven zijn
drie zijden en de hoek tusschen twee van die zijden.
Het construeeren van rechte lijnen, wier lengte
uit andere rechte lijnen kan worden afgeleid
door verschillende bewerkingen; en«.
Construeer een rechte lijn, wier lengte gelijk is aan
[/ {ah — als a, h, c, d, en g-gegeven rechte
lijnen zijn.
Construeer 3ahc: ipq.
3