Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 44
2. Bewijs, dat twee parrallelogrammen gelijkvormig zijn, als
■f' hun hoeklijnen evenredig zijn met een zijde,
r ^ , 3. Construeer vier verschillenne vierhoeken, die alle een zijde
•. ' van gegeven grootte hebben en gelijkvormig zijn met een
gegeven vierhoek, waarvan elke twee zijden ongelijk zijn.
4. De omtrek van een vijfhoek is 96 centimeter. Hoe groot
f"' is elke zijde, als hij gelijkvormig is met een anderen
veelhoek, waarvan de zijden 8, 6, 7, 5 en 4 centimeter
zijn.
ir: 5 Construeer twee vijfhoeken, die niet gelijkvormig zijn maar
door hoeklijnen kunnen verdeeld worden in driehoeken, die
wel gelijkvormig zijn.
Oppervlakken.
1. Construeer een driehoek, die zoo groot is als een gegeven
willekeurige vierhoek.
2. Verdeel een driehoek in twee gelijke deelen door lijnen
uit een punt in een van de opstaande zijden
3. Verdeel een driehoek in drie gelijke deelen door lijnen
uit een punt in een der beenen.
4. Twee driehoeken hebben een hoek gelijk, terwijl de zijden
om dien hoek bij den eenen driehoek 7 en '12 zijn en bij
den anderen 9 en 14. Wat is de verhouding der opper-
vlakken van die twee driehoeken ?
5. Een gelijkbeenige en een ongelijkbeenige driehoek hebben
even groote oppervlakken en tophoeken. Als de beenen
van den laatsten driehoek 9 en 14 zijn, hoe lang zijn
dan de beenen van den eersten?
6. Construeer een gelijkbeenigen rechthoekigen driehoek, die