Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
20 Bewijs, dat het verschil van de vierkanten der opstaande
zijden van een driehoek, gelijk is aan het verschil der
vierkanten van de afstanden van de uiteinden der grondlijn,
tot het voetpunt der hoogtelijn uit het toppunt neerge-
laten
21. De twee stukken waarin de schuine zijde van een recht-
hoekigon driehoek wordt verdeeld door de loodhjn uit het
overstaande hoekpunt zijn 5 decimeter en 288 centimeter,
Bereken de rechthoekszijde.
Oppervlak van den rechthoek.
1. Van twee rechthoeken met gelijke grondlijnen verhouden
de hoogten zich als 2^ tot 5 ^; wat is de verhouding van
hun oppervlakken ?
2. De oppervlakte van een rechthoek verhoudt zich tot
die van een vierkant als 4 tot 3^. Als de eene zijde
van den rechthoek gelijk is aan de zijde van het vierkant
en de andere zijde van den rechthoek 9 centimeter is;
hoe groot is dan de zijde van het vierkant?
3 Een rechthoek, waarvan de zijden 12 cM en 156 mM zijn,
moet verdeeld worden in gelijke vierkanten, die zoo groot
mogelijk zijn. Hoe lang zijn de zijden van zulk een vierkant'.'
4. De verhouding van twee rechthoeken is 3 tot 5. Als de
tweede rechthoek zich tot een derden verhoudt als 6 tot
11, wat is dan de verhouding van den eersten rechthoek
tot den derden?
5. De grondlijnen van twee rechthoeken verhouden zich als
3 tot 8 en de hoogten als 4 tot 9. Wat is de verhouding
der oppervlakken van die rechthoeken?
0. Hoe verhouden de opper.vlakken van twee vierkanten zich,
als hun hoeklijnen tot elkaar staan als 5 tot 7 ?
7. De lengten van twee rechthoeken verhouden zich als 2 tot
5. Als de" oppervlakte van den eersten rechthoek tot die