Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Gelijkvormige Teelboeken.
1. Construeer twee parallelogrammen, die uit twee paar ge-
lijkvormige driehoeken bestaan zonder zelf gelijkvormig
te zijn.
2. Bewijs, dat twee rechthoeken gelijkvormig zijn, als hun
diagonalen elkaar onder gelijke hoeken snijden,
3. Bewijs, dat twee ruiten gelijkvormig zijn, als een hoek
der eene ruit het supplement is van een hoek der andere ruit.
4. Wat weet ge van twee vierhoeken, die ieder gelijkvormig
zijn met een derden vierhoek ?
Berekening van lijnen in een driehoek.
1. Als een rechthoekszijde van een rechthoekigen driehoek 8
is en de schuine zijde 12, hoe groot is dan de projectie
van die rechthoekszijde op de schuine zijde?
2. Bewijs, dat de vierkanten der rechthoekszijden van een
rechthoekigen driehoek evenredig zijn met hun projecties
op de schuine zijde.
3. Wat zijn de projesties van de schuine zijde van een recht-
hoekigen driehoek op de beide andere zijden?
i. De rechthoekszijden van een rechthoekigen driehoek zijn 5
en 12 dM. Bereken de schuine zijde.
5. De schuine zyde van een gelijkbeenigen rechthoekigen drie-
hoek is 5; bereken in 2 dicimalen de rechthoekszijden.
6. Van een rechthoekigen driehoek zijn de rechthoekszijden
12 en 9. Bereken de loodlijn, uit het hoekpunt van den
rechten hoek op de schuine zijde.
7. Van een ruit is de zijde 13 centimeter en de eene hoeklijn
9. Bereken in millimeters de andere hoeklijn.
8. Van een rechthoek is de lengte drie maal zoo groot als
de breedte. Bereken in drie decimalen de verhouding van
een hoeklijn tot de lengte.