Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
vervelen; het is zoo donker.
De M. Hoe! hebt gij dan
niet verscheidene spelen,
welke u aangenaam kun-
nen bezig houden, al is
het weder nog zoo slecht?
Bij voorbeeld, zoo gij
phabet wilt spelen, wil ik
gaarne van de partij zijn.
C. Ja, dat is goed verzon-
nen ; Moederlief moet be-
ginnen.
De M. Ik heet Anna, ik kom
van Antiverpen, om mij
naar Amsterdam te bege-
ven, bij mijne vriendin
Antonia, om mijne arti-
sjokken te verkoopen. Nu
uwe beurt, Frederik.
F. Ik heet Blasius, ik kom
uit Brabant en ga naar
mijnen vriend Bernard,
te Breda, om er eene
ton bier te koopen.
C. Ik heet Charlotte, ik kom
uit China, en zal naar Co-
rinthegaan, hi^Carolina, die
mij citroenen verkoopen zal.
nuterons: il fait si noir.
La M. Comment, n'avez-vous
pas plusieurs jeux qui peu-
vent vous amuser agréable-
ment, quelque mauvais temps
qu'il fasse? Par exemple,
si vous voulez jouer à l'Al-
phabet , je me ferai un plai-
sir d'être de la partie.
C. Oui, voilà qui est bien
dit! C'est à notre chère
Maman à commencer.
La M. Je m'appelle Annette,
je viens d'Anvers, je vais
me rendre à Amsterdam,
chez mon amie Antoinette,
pour y vendre mes arti-
chauts. C'e.s< à toi, Fré-
déric !
F. Je m'appelle Biaise, je
viens du Brabant et je vais
chez mon ami Bei-nard, à
Breda, pour y acheter un
tonneau de bière.
C. Je m'appelle Charlotte, je
viens de la Chine, et je me ren-
drai à Corinthe, chez Caroli-
ne, qui me vendra des citrons.