Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
de kofBeboonen gelijken.
L. 0, zulk een boompje moes-
ten wij in onzen tuin heb-
ben.
De M. Het zou er niet groei-
en; het heeft meer warmte
noodig. Ziet, deze peul be-
. vat de varulle, die met de
suiker en de kaneel, eenen
lekkeren smaak aan de cho-
colade geeft.
C. Moeder! waar komt de
yVijst van daan?
De M. De beste komt uit
Amerika.
L. Die rozijnen groeien toch
in ons land?
De M. Neen, mijn kind! men
zendt ons die uit Portugal
en andere zuidelijke landen
van Europa.
L. En men had mij gezegd,
dat het druiven waren, die
men in de zon droogt.
De M. Dat is ook zoo; maar
die druiven zouden bij ons
niet rijp worden; zij vorde-
ren eene warmere luchtsge-
steldheid dan de onze.
peu aux fèves de café.
L. Oh! il faudrait avoir un
pareil arbrisseau dans notre
jardin.
La M. Il n'y réussirait point-,
il lui faut de plus grandes
chaleurs. Voyez, cette gous-
se renferme la vanille, qui,
avec le sucre et la canelle,
donne un si bon goût au cho-
colat.
C. Maman I d'où nous vient
le riz?
La M. Le meilleur nous vient
de l'Amérique.
L. Ces raisins secs viennent
pourtant dans notre patrie ?
La M. Non, mon enfant! on
nous les envoie du Portugal
et d'autres pays méridio-
naux de l'Europe.
L. Et on m'avait dit que
c'étaient des raisins, qu'on
sèche au soleil.
La M. D'accord; mais ces
raisins ne mûriraient pas
chez nous, il leur faut un
climat plus chaud que le
nôtre.